40 dagen ‘Wortel schieten’ met onze kinderen – dag 21

Ergens in het oosten van het land, tegen de Duitse grens aan, ligt een dorp gebouwd op zeven heuvels. Het is een dorp waar we als gezin graag komen. Ik kom er al van jongs af aan. Ik woonde er nooit, maar toch voelt het als thuiskomen als ik in de buurt van dat dorp kom. Mijn familie komt er vandaan, mijn groot- en overgrootouders woonden er. Mijn ouders wonen er nu ook weer. Vroeger kampeerden we elke zomer in dat dorp. Als dan bij het boodschappen doen, mijn ouders met iemand aan de praat raakten, kon het zijn dat er op een gegeven moment gevraagd werd: “Waor bun i’j der ene van?” Hetgeen zoiets betekent als: Wat is je afkomst? Mijn vader kwam van Drikus, de botermaker. Mijn moeder van Jan, de organist en dirigent van het mannenkoor. Na even praten bleek het dan vaak zo dat ze via via via via met ‘familie’ stonden te praten.

Ik vond al die familiebanden en de bijbehorende verhalen altijd reuze interessant. Misschien dat ik daardoor ook wel de roomboter ‘opi-Drikusboter’ ben gaan noemen. Onze kinderen weten niet anders of deze boter heet ‘opi Drikusboter’. De middelste denkt zelfs nog dat opi Drikus de boter die nu in de supermarkt ligt nog zelf gemaakt heeft. De oudste snapt inmiddels dat dat niet meer kan, die boter zou allang bedorven zijn geweest.

Vandaag lazen we uit de Bijbel in Gewone Taal een moeilijk stuk: Johannes 8: 31-40. Met de kinderen hebben we foto’s bekeken van hun overgrootouders met papa en mama als baby’tje. Dat spreekt kinderen natuurlijk erg aan. Ook het kijken naar wie op wie lijkt is natuurlijk erg interessant. De verhalen over de diverse overgrootouders en wat ze hebben gedaan vroeger werden met aandacht gevolgd.

Toen terug naar de bijbeltekst van vandaag. De mensen waren trots op hun afkomst: Abraham was hun voorvader! Dé Abraham, welteverstaan. Maar ja, wat zegt afkomst als je zelf niet luistert naar God. Natuurlijk mag je trots zijn op je voorouders, mag je het verhaal van je familie koesteren en vertellen. Maar jij leeft nú, jij moet het goede nú doen. Of zoals Jezus zei: Je kunt er maar beter trots op zijn dat God je Vader is. “Waor bun i’j der ene van?” Van God!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *